Na bezoek aan Nederland prijst Landbouwcommissaris Christophe Hansen de Nederlandse innovatiekracht
Maar hij brengt nog geen oplossing voor de mestcrisis

Het was de afsluiting van zijn tweedaags bezoek aan Nederland. Aan de keukentafel bij Karel en Marlies Martinet had Hansen anderhalf uur lang gesproken met Zeeuwse, Haagse en Brusselse politici, en met vertegenwoordigers van de Zeeuwse boeren. Gedeputeerde Arno Vael en Commissaris van de Koningin hadden de landbouwcommissaris uitgelegd dat Zeeland, met zijn unieke ligging, de landbouwproeftuin van Europa kan worden. ZLTO-bestuurder Joris Baecke had hem gewezen op het leegraken van de ‘gereedschapskist’ aan gewasbeschermingsmiddelen en op de zoetwaterproblematiek in Zeeland, en Marleen van Oorschot, voorzitter van de ZAJK, vertelde over de problemen die jonge boeren hebben bij bedrijfsovername; de financiële en administratieve lasten die daarbij komen kijken.
Maar na dat gesprek vertelde Hansen tegenover de pers vooral toch weer het verhaal van de speerpunten van zijn landbouwbeleid en waar hij de komende jaren aandacht aan zal geven. Net zoals hij eerder in de Tweede Kamer had gedaan, en bij de LTO-bijeenkomst. Het gaf de indruk dat de Eurocommissaris in Nederland toch vooral kwam ‘zenden’ - de boodschap van zijn nieuwe landbouwvisie kwam uitdragen - en weinig kwam ‘ontvangen’ - luisteren naar wat zijn Nederlandse gesprekspartners op tafel brachten. Maar dat was niet waar, vertelde zijn kabinetschef, de Nederlandse Esther de Lange. Volgens haar nam Hansen de zaken die hij ziet en hoort tijdens zijn bezoeken aan lidstaten zeker mee om zijn beleid aan te scherpen. Daarom probeert hij bij al zijn bezoeken ook jonge boeren te spreken.
Innovatie
In Nederland kom de Eurocommissaris kennismaken met het innovatieve karakter van de Nederlandse landbouw, bijvoorbeeld. „Nederland staat daar in Brussel wel om bekend“, zei De Lange daarover, „maar het wordt toch anders als je dat zelf ziet, of als je het uit de mond van boeren hoort.“
Hansen zelf vertelde dat hij tijdens zijn bezoek aan ons land, en aan Nederlandse boerenbedrijven, onder de indruk was geraakt van de innovatiekracht van de sector; van tomatentelers (Looye Kwekers in Naaldwijk) die veel minder water nodig hebben voor hun teelten dan bedrijven in Zuid-Europa, van een natuurinclusief melkveebedrijf (Van Loenhout in Prinsenbeek) dat zijn eigen energie opwekt met zonnepanelen … In Heikant herhaalde hij zijn eerdere uitspraak dat de hoogtechnologische en innovatieve landbouw in Nederland een voorbeeld kan zijn voor de rest van Europa.
Derogatie en de veestapel
Wel kwam hij enigszins terug op een andere uitspraak. Eerder had Hansen, op vragen over het verlies van derogatie, gezegd dat de veestapel in Nederland niet hoeft te krimpen. Maar die uitspraak betekent niet dat Brussel ons land een nieuwe derogatie zal verlenen. Daar gaat de landbouwcommissaris niet over; het valt onder het domein van Hansen’s collega Jessika Roswall, Europees Commissaris voor Milieu.
In Heikant herhaalde Hansen dat de Nederlandse veestapel wat hem betreft niet hoeft te krimpen, maar daar voegde hijnu aan toe dat Nederland wel moet laten zien hoe het de effecten van een intensieve veehouderij kan managen. Daarbij kan het door hem geprezen innovatieve karakter van het land een bijdrage leveren, had hij al eerder gezegd; verschillende Europese lidstaten hebben een tekort aan natuurlijke mest, dus met renure (waarvan de toelating trouwens ook op het bordje van Roswall ligt) zou het Nederlandse mestoverschot daar kunnen worden afgezet.