Column: Hoe blijf ik boer (2)

In rap tempo 40 biggen per jaar uit een zeug persen achten de meeste varkenshouders niet wenselijk, al denken ze er marge-gedwongen aan mee te moeten werken. De zaterdag Telegraaf berichtte dat vlees in Nederland maar liefst 17% duurder is dan in de rest van Europa, de conceptruimte voor meerprijs is kennelijk allang gerealiseerd. Regie op eigen erf spreekt veel collega’s aan, al vindt men het lastig om tradities los te laten. De roep om een opkoopregeling komt weer terug, bij de overheid hoef je daarmee echter niet aan te komen en vanuit de sector zelf vind allang een alternatieve opkoopregeling plaats.
Sanering door bank
Er staan veel courante bedrijven in de stille verkoop en opkopers zijn er ook voldoende. Zij zitten goed in de slappe was en bieden minimale bedragen die ze baseren op 100% voerwinst, daardoor boeren ze goed. Hun verklaring is dat bedrijven verkocht worden omdat ze gefinancierd zijn op 120% en meer, ze willen niet dezelfde fout maken. Dat daarmee de biedingen hooguit 1.000 euro per zeug en 200 euro per vleesvarken bedragen, beiden all-in bij courante bedrijven, stemt de verkopende partij niet vrolijk en slechts weinigen komen daarmee vrij van schuld. Restschulden worden vaak gesaneerd door de bank van de verkoper, een aantal banken werft zelf actief kopers.
Sanering door schuldeisers
Alternatief is een faillissement, waarbij de schuldeisers voor de sanering van schulden moeten opdraaien. In een aantal gevallen, veelal BV constructies, start daarna de varkenshouder door en blijft zo toch boer. Zelf ben ik momenteel helaas één van die schuldeisers en maak daarbij zaken mee waarvan de honden geen brood lusten. Omdat de “zaak nog onder de rechter” is, zal ik hier op dit moment nog niet over uitweiden, wordt vervolgd. Banken houden overigens niet van openbare faillissementen en regelen liever de zaken onderhands. Zo kon een collega hier in de omgeving doorboeren nadat bank 1. de halve schuld saneerde mits bank 2. de andere helft overnam, zo geschiedde.
Oplopende schulden bij derden
Voerschuld hebben we allemaal, al is het maar een week. Gebruikelijk is al 3-4 weken en daarboven bestaan nog vele variaties. Met de voergeldconstructies, waarbij vaak 4 maand voerschuld normaal is plus nog een dierfinanciering, gaat het niet best. Zes magere jaren hebben hun tol geëist bij de voergeldgevers. Zelf lever ik deze week de laatste varkens uit mijn laatste voergeldstal waar voorheen fokgelten lagen. De grotere voergeldgevers stoppen massaal, een enkele voerleverancier doet nog door om de omzet op peil te houden. Dierenartsen en andere erfbetreders moeten eveneens grote vorderingen afboeken, het is duidelijk dat dit invloed heeft op de productprijzen.
Kleine gezonde varkenshouderij
Vrolijk wordt je niet van deel 2, “Hoe blijf ik boer”, het mag/moet echter binnen een volwassen sector besproken worden. De verhalen van allen die rond deze dag van de maand hun salaris automatisch overgemaakt zien, zijn vaak diplomatiek en voorgekookt, saneringsbeleid vindt formeel niet plaats. De afgelopen 25 jaar zijn er jaarlijks 1.000 varkenshouders gestopt, de meesten niet uit weelde. Nu er nog maar enkele duizenden over zijn, wordt het voortbestaan van de sector bedreigd. Zaken onder de pet stoppen helpt ons niet verder, beter nu als sector eigen beleid maken, gebaseerd op een kleine maar gezonde varkenshouderij. Een deel 3. van deze blog zal vast nog volgen.