Varkens in Nood uit kritiek op inspectiebeleid NVWA stalklimaat

De Nederlandse wet hanteert namelijk voor de wettelijke borging van dierenwelzijn in toenemende mate zogenaamde ‘open normen’. Dat houdt in dat veelal in abstracte termen het doel wordt aangegeven waaraan de dierhouder moet voldoen. Zo mag het stalklimaat niet schadelijk zijn voor het dier. Dit geeft een veehouder de vrijheid om zelf de weg te kiezen waarlangs hij dit doel bereikt en creëert ruimte voor vernieuwingen. Voor de toezichthouder (NVWA) is het handhaven echter lastiger. Varkens in Nood stelt nu dat na een korte periode van inspecties tijdens de pilotfase in 2018, de NVWA vanaf eind 2018 vrijwel volledig is gestopt met handhaven op stalklimaat.
Vijf indicatoren stallucht
Het stalklimaat wordt beoordeeld op basis van vijf indicatoren en deze zijn opgesteld na onderzoek door Wageningen UR. Bij de biggen de vijf belangrijkste signaalindicatoren CO2- en NH3-concentraties, oogscore, oorscore en staartscore. Bij de vleesvarkens zijn de belangrijkste signaalindicatoren CO2- en NH3-concentraties, bevuiling, oogscore en staartscore.
34 procent ernstige oogirritatie
Volgens Varkens in Nood is de luchtkwaliteit in stallen vaak zo slecht dat veel varkens er ziek van worden. De organisatie verwijst naar de resultaten van keuringen in slachthuizen, waaruit wordt geconcludeerd zien dat minstens 20 procent van de Nederlandse varkens lijdt aan een long- of borstvliesontsteking. Dit percentage is sinds 2018 niet afgenomen. Van de varkens die bij het slachthuis aankomen, heeft 34 procent ernstige oogirritatie. Dat is één van de kenmerken van langdurig leven in schadelijke lucht, waar de NVWA op dient te controleren, aldus Varkens in Nood.